Het is weer woensdag. Voor mij betekent dat weekend. Ja, ik
weet het, het leven is goed. Met die gedachte stapte ik vanmiddag dan ook de
trein in. Vrolijk als ik was, denkend aan een leuk weekend voor de boeg, nam ik
plaats in een veel te oude, rammelende sprinter. Gelukkig hoef ik maar 10
minuten in de trein te zitten. Zoals ik zei, het leven is goed.
Tegenover mij namen twee meisjes plaats. De plek naast me
was nog vrij. Tevreden zette ik mijn tas naast me neer. De trein vertrok binnen
een minuut en ik verwachtte niet dat er nog iemand naast me kwam zitten.
Precies op dat moment kwam er een meneer de coupé in gelopen. Het eerste wat ik
dacht: is het al november? Sinterklaas is weer in town! Ja echt, deze meneer was
oud, had een lange (vieze) grijs-witte baard en een soort jurk aan. Alleen zijn
mijter ontbrak. Ik nam de man in me op en concludeerde dat hij er nogal
onverzorgd en vies uitzag. Bijna zwerver achtig en zelfs een beetje eng. Ik kon
niets anders doen dan hopen dat deze man niet naast me kwam zitten. Maar zoals
we allemaal weten: wanneer je wilt dat iets gebeurt dan gebeurt het niet, en
wanneer je niet wilt dat iets gebeurt? Juist, dan gebeurt het wel. Dus keek de
tweelingbroer van onze goedheiligman me vriendelijk aan toen ik met tegenzin
mijn tas weer op schoot nam. Ik zag de meisjes tegenover me lachen. Ik hoorde
ze denken: liever zij dan ik!
Ook al ben ik van mening dat we minder snel moeten oordelen
over mensen, dit keer ging het vanzelf. Deze man was zo opvallend, daar moet je
wel meteen wat van denken. Ik weet het, het is slecht van me. Maar goed, mijn
oordeel was niet geheel onterecht. De man in kwestie rook niet heel fris. Het liefst
had ik een onzichtbare wasknijper op mijn neus gezet. Tot overmaat van ramp
viel één van zijn grijs-witte baardharen op mijn tas (ieeek!). Terwijl ik zo
onopvallend mogelijk de haar van mijn tas af schudde, pakte Sinterklaas zijn
telefoon. Toen hij begon te bellen bleek hij een Engelsman te zijn. Dit tot
mijn opluchting. Áls deze meneer gedachten zou kunnen lezen, wist ie in ieder
geval niet hoe ik over hem dacht.
De trein stopte bij het station waar ik uit moest stappen. De
langste 10 minuten van mijn leven waren voorbij, en ik wist niet hoe snel ik
die trein uit moest komen. Terwijl ik uitcheckte moest ik lachen om mezelf. Steeds
roep ik dat we niet zo snel moeten oordelen, en wat doe ik? Heel mijn treinreis
bestaat uit een groot oordeel. Oké, deze man stonk, maar verder was hij
waarschijnlijk heel aardig.
Wat ik jullie duidelijk wil maken met mijn woensdagmiddag avontuur?
Hoe makkelijk het is om te oordelen, alleen op basis van iemands uiterlijk.
Maar vooral hoe moeilijk het is om het niet te doen..
Geen opmerkingen:
Een reactie posten