Van Dale:
Identiteit
1. Gelijkheid: zijn ~ bewijzen dat men de persoon is voor wie men zich uitgeeft
2. Eigen karakter
1. Gelijkheid: zijn ~ bewijzen dat men de persoon is voor wie men zich uitgeeft
2. Eigen karakter
Imago
1. Image
1. Image
Steenbakkers:
Identiteit
1. Jezelf. degene die je echt bent, gekenmerkt door al je karaktereigenschappen
2. Je persoonlijkheid
1. Jezelf. degene die je echt bent, gekenmerkt door al je karaktereigenschappen
2. Je persoonlijkheid
Imago
1. Het beeld dat anderen hebben van iets/iemand
2. Een imago ontstaat deels door jezelf en deels door anderen
1. Het beeld dat anderen hebben van iets/iemand
2. Een imago ontstaat deels door jezelf en deels door anderen
Wat is jouw definitie van deze twee begrippen?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten